Op Prinsjesdag leek de nieuwe box 3-wet nog maanden stil te liggen. Twee weken later lag er een heel ander plan: aandelen, obligaties en ETF's worden vanaf 2028 pas belast als je verkoopt. De rekening daarvoor komt deels al in 2027, met een lager heffingsvrij vermogen en een hoger forfait voor beleggingen. Dit artikel zet de stand van zaken op een rij en rekent uit wat het voor jou betekent.
De Wet werkelijk rendement box 3 (wetsvoorstel 36.748) moest het fictief-rendementstelsel vervangen door een heffing over je werkelijke rendement. In de oorspronkelijke versie betekende dat een vermogensaanwasbelasting: elk jaar belasting over de waardestijging van je beleggingen, ook als je niets verkoopt. Alleen vastgoed en aandelen in startups vielen onder een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas afrekent bij verkoop.
De Tweede Kamer stemde in februari 2026 in, de Eerste Kamer hield de stemming in juni aan. Op Prinsjesdag (15 september) kwam het kabinet niet met de beloofde aanpassing: het was het onderling niet eens over de dekking en wilde de knoop doorhakken bij de Voorjaarsnota van 2027.
Dat bleef niet lang zo. Op 29 september 2026 stuurde het kabinet een brief naar de Tweede Kamer met een pakket voorstellen over box 3, koopkracht van werkenden en sociale zekerheid. De kern voor box 3: de vermogenswinstbelasting wordt de hoofdregel, niet de uitzondering. Op 2 oktober stelde de ministerraad de bijbehorende wijzigingswet (novelle) vast en vroeg de Raad van State om spoedadvies.
Het voorstel van 29 september verdeelt box 3 in twee stappen:
| Bezitting | Vanaf 2028 | Vanaf 2030 |
|---|---|---|
| Aandelen, ETF's, obligaties, opties | Vermogenswinst (bij verkoop) | Vermogenswinst |
| Vastgoed (tweede woning, verhuur) | Vermogenswinst, huur jaarlijks | Vermogenswinst, huur jaarlijks |
| Spaargeld | Rente, jaarlijks | Rente, jaarlijks |
| Crypto (rechtstreeks gehouden) | Aanwas (jaarlijks) | Vermogenswinst |
| Overige bezittingen | Aanwas (jaarlijks) | Vermogenswinst |
Volgens het kabinet valt daarmee in 2028 al zo'n 90% van het vermogen in box 3 met waardestijging onder de vermogenswinstbelasting. Dividend en rente blijven gewoon jaarlijks belast: het verschil zit in de koerswinst, die pas telt als je die verzilvert.
Verder in het voorstel:
Een vermogenswinstbelasting levert de eerste jaren minder op, omdat je pas betaalt als je verkoopt. Het kabinet rekent met een gat van ruim 3 miljard euro per jaar in 2028 en 2029. Een deel van de dekking haalt het kabinet bij box 3-belastingplichtigen, en die rekening valt al in 2027, nog in het oude stelsel.
| Post | 2026 | 2027 (Prinsjesdag) | 2027 (voorstel 29-9) |
|---|---|---|---|
| Belastingtarief | 36% | 36% | 36% |
| Heffingsvrij vermogen (per persoon) | € 59.357 | € 60.098 | € 30.846 |
| Forfait overige bezittingen | 6,00% | 6,37% | 7,87% |
| Vrijstelling groene beleggingen | € 26.715 | € 200 | € 200 |
| Effectieve druk op beleggingen | 2,16% | 2,29% | 2,83% |
Het heffingsvrij vermogen gaat in dit voorstel terug naar het niveau van 2020 en halveert daarmee bijna. Het forfait voor beleggingen en overige bezittingen stijgt met 1,5 procentpunt bovenop de verhoging die al in het Belastingplan 2027 stond. Wie belegt, betaalt in 2027 dus aan twee kanten meer. De percentages voor spaargeld en schulden stelt de Belastingdienst zoals altijd pas na afloop van het jaar vast.
De groene beleggingen stonden al in het Belastingplan: de vrijstelling zakt van 26.715 euro naar 200 euro per persoon (400 euro voor fiscale partners) en verdwijnt per 2028 helemaal.
Het lagere heffingsvrij vermogen trof vooral mensen met een spaarrekening en een bescheiden buffer. Met € 50.000 spaargeld betaal je onder de huidige regels niets; met een grens van € 30.846 zou je in 2027 ineens box 3 gaan betalen. Een gepensioneerd stel met € 100.000 spaargeld valt er ook onder, en een hoger box 3-inkomen kan doorwerken in toeslagen en de ouderenkorting.
Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen op 30 september en 1 oktober kreeg het plan brede kritiek uit de Tweede Kamer. Minister Heinen gaf op 1 oktober toe dat hij had onderschat hoeveel mensen met spaargeld ineens belasting zouden gaan betalen, en zegde toe dat kleinere spaarders en beleggers worden ontzien. Premier Jetten bevestigde dat na de ministerraad van 2 oktober.
Wat dat concreet betekent, staat nog open. Een hogere vrijstelling kost geld dat ergens anders vandaan moet komen. In de Tweede Kamer zijn verschillende dekkingsideeën geopperd:
In de Eerste Kamer noemden senatoren een vrijstelling rond € 50.000 per persoon redelijk, omdat spaargeld ook dient als buffer. Heinen liet weten dat het bedrag van het huidige voorstel "niet de definitieve grens" wordt. Het kabinet wil het aangepaste dekkingsvoorstel rond 12 oktober presenteren, bij de behandeling van het Belastingplan.
Stel: je bent alleenstaand en hebt op 1 januari 2027 € 150.000 in een accumulerende ETF, zonder ander vermogen. Wat betaal je in 2027 onder het Belastingplan en onder het voorstel van 29 september?
| Post | Belastingplan 2027 | Voorstel 29-9 |
|---|---|---|
| Heffingsvrij vermogen | € 60.098 | € 30.846 |
| Grondslag sparen en beleggen | € 89.902 | € 119.154 |
| Forfait beleggingen | 6,37% | 7,87% |
| Voordeel uit sparen en beleggen | € 5.727 | € 9.377 |
| Belasting (36%) | € 2.062 | € 3.376 |
| Verschil | + € 1.314 |
Een spaarder met € 50.000 en verder niets betaalt onder het Belastingplan niets en onder het voorstel van 29 september ongeveer € 88 (gerekend met de raming van 1,28% voor spaargeld). Precies dat bedrag staat nu ter discussie.
Dan 2028. Stel dat je ETF in dat jaar 15% stijgt, van € 150.000 naar € 172.500. Onder het oorspronkelijke wetsvoorstel betaalde je over die waardestijging belasting, ook zonder te verkopen. Onder het nieuwe voorstel hangt het af van wat je doet:
| Post | Oorspronkelijk (aanwas) | Nieuw: niet verkopen | Nieuw: alles verkopen |
|---|---|---|---|
| Belast rendement | € 22.500 | € 0 | € 22.500 |
| Heffingsvrij resultaat | € 1.000 | € 1.000 | € 1.000 |
| Belasting | € 7.740 | € 0 | € 7.740 |
Het voordeel van de vermogenswinstbelasting is dus vooral uitstel: wie lang vasthoudt, laat de koerswinst onbelast doorgroeien en rekent pas bij verkoop af. Voor een FIRE-belegger die jarenlang accumuleert scheelt dat veel, zeker in de opbouwfase. Daar staat tegenover dat je in een slecht beursjaar onder het fictieve stelsel (2027) gewoon over het forfait betaalt, en dat je onder de vermogenswinstbelasting een verlies pas merkt als je het realiseert.
Het kabinet mikt erop, maar de marges zijn klein. Staatssecretaris Eerenberg zei in de Eerste Kamer dat die marges "inmiddels in de orde van dagen" liggen. De planning ziet er zo uit:
Senatoren hebben hun zorgen geuit over de uitvoering. Banken hebben laten weten dat ze in het eerste jaar geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooringevulde aangifte. Over 2028 moet je je aankoop- en verkoopgegevens dan grotendeels zelf aanleveren. Ook de uitvoeringstoets van de Belastingdienst moet nog komen.
Voor je aangiftes over 2025 en 2026 verandert er niets: die vallen onder het fictieve stelsel, met de tegenbewijsregeling als vangnet. Voor 2027 en verder:
Welke keuzes in het lopende jaar doorwerken in je volgende aanslag, staat in het artikel over de keuzes die jouw aangifte bepalen.
De komende weken volgen de mijlpalen elkaar snel op: het aangepaste dekkingsvoorstel rond 12 oktober, het advies van de Raad van State eind oktober en de stemmingen in november en december. Wij werken dit artikel bij zodra er nieuws is. Voor de formele stand van zaken kun je zelf het wetsvoorstel-dossier 36.748 op eerstekamer.nl volgen.
Kies in de calculator het jaar 2027 en zie wat je volgens het Belastingplan betaalt. Zo weet je waar je staat, wat er de komende weken ook beslist wordt.